Werf van de Toekomst of niet… Hier kunnen we makkelijk 15% winnen

ColumnDutch

Column – Door Geert Schouten

Het programma Werf van de Toekomst wil Nederland maritiem aantrekkelijker maken en dat is hard nodig. In gesprekken met scheepsbouwers hoor ik steeds hetzelfde terug. Geef mij tien tot vijftien procent kostenreductie en ik haal mijn productie terug naar Nederland. Dat klinkt bijna te eenvoudig.

Dus waar zit dat dan? Waarom halen we die vijftien procent niet gewoon binnen? Want laten we eerlijk zijn, het gaat hier niet over een onhaalbare sprong, toch? Het gaat over een percentage waarvan iedereen in de sector weet dat het ergens in onze projecten zit. We noemen het alleen anders.

We noemen het faalkosten. Tien tot vijftien procent (!) van een project verdwijnt in herstelwerk, miscommunicatie, verkeerde informatie en wijzigingen die te laat worden doorgevoerd. Dat is de dagelijkse praktijk in onze sector. En precies dat percentage bepaalt of een project hier blijft of naar het buitenland verdwijnt. En tijdens de laatste bijeenkomst over Werf van de Toekomst zei Dimitri van Rijn (Rijksregiebureau Maritieme Maakindustrie) het al: “Deze industrie is van strategisch belang voor de toekomst van Nederland”.

Toch blijven we vooral kijken naar de werkplaats als het gaat om verbetering. Binnen het programma Werf van de Toekomst, geïnitieerd door brancheorganisatie Maritime & Offshore, zien we indrukwekkende stappen. Robotisering, automatisering en slimme werkplaatsen die daadwerkelijk functioneren.

We blijven gelukkig niet hangen in plannen en theorie, maar werken eindelijk met concrete toepassingen in zogeheten living labs. Gewoon doen, testen en verbeteren. Daar zit nu echt tempo en de vooruitgang waar deze sector naartoe moet én daar pleit ik al jaren voor. Doen.

Maar even voor alle duidelijkheid: daar zit die vijftien procent niet. Die zit eerder, veel eerder zelfs. Dat percentage zit in de informatie die naar die werkplaatsen gaat.

Ik zie het overal gebeuren. Engineers die zoeken naar de juiste tekening. Projectteams die werken met verschillende versies van dezelfde informatie. Wijzigingen die ergens in een bestand blijven hangen en pas zichtbaar worden als het te laat is. En zolang dat zo blijft, verandert er fundamenteel niets.

We bouwen steeds slimmer, maar blijven werken met een basis die niet meegroeit. Documenten, mappen en losse bestanden vormen nog steeds het fundament van veel projecten. Dat betekent dat informatie versnipperd blijft en samenhang ontbreekt. In zo’n omgeving is het logisch dat fouten ontstaan en zich door het project heen verplaatsen. Daar ligt de echte opgave, maar hoe pak je zoiets aan?

Binnen het Maritiem Masterplan (Digitaal Samenwerken) wordt precies dat probleem aangepakt. De focus ligt hier op hoe we informatie organiseren en delen in de keten. Want daar ontstaat het verschil tussen een project dat beheersbaar blijft en een project dat uit de hand loopt.

Dus deze stap is essentieel: van documentgedreven naar datagedreven werken.

Dat betekent dat informatie niet langer verborgen is in bestanden, maar wordt opgebouwd als samenhangend geheel van data. Die data kun je wél makkelijk delen en laten verwerken door slimme software. Eisen, tekeningen en specificaties die direct met elkaar verbonden zijn. Wijzigingen die overal zichtbaar worden. Eén werkelijkheid waar iedereen mee werkt, gebaseerd op een single source of truth.

De vraag is dan hoe je daar komt. Want vrijwel elk project begint met documenten. Daar zit de informatie in, alleen nog zonder structuur.

Hier komt AI in beeld. Met de juiste maritieme AI tooling kun je in korte tijd die documenten omzetten naar gestructureerde data die klaar is om gedeeld te worden. Niet door te gokken, maar door gebruik te maken van systemen die begrijpen hoe scheepsbouw werkt. Tooling die relaties herkent en vastlegt zoals ze bedoeld zijn.

Generieke AI kan dat niet. Die mist de context en blijft afhankelijk van waarschijnlijkheid. Dat leidt tot onzekerheid en fouten. In deze sector is dat simpelweg onacceptabel. Met gespecialiseerde AI, gevoed door een kennisbank die aansluit op de maritieme praktijk, kun je in enkele dagen een digitale basis neerzetten. Wat normaal onmogelijk is of enkele manjaren kost, wordt daarmee een beheersbare, makkelijke én snelle stap.

En precies daar ligt voor mij de kern. Ik werk dagelijks op het snijvlak van deze ontwikkelingen en zie waar het vastloopt. Aan de ene kant de werkplaats die steeds slimmer wordt, aan de andere kant de informatie die daar niet op aansluit. Die twee werelden moeten met elkaar verbonden worden.

Zodra die verbinding er is, verandert er veel. Informatie wordt betrouwbaar, samenwerking krijgt structuur en beslissingen worden genomen op basis van inzicht in plaats van aannames. De impact daarvan zie je direct terug in de productie. Faalkosten dalen, voorspelbaarheid neemt toe en projecten worden beheersbaar. En daarmee komt die vijftien procent ineens binnen bereik. En nog mooier, de techniek bestaat al.

Als je nu in een juichstemming bent, dan heb ik nog iets mooiers. Binnen het programma Digitaal Samenwerken, als onderdeel van het Maritiem Masterplan, wordt gezocht naar hoe de sector de kracht van die digitaliseringsslag kan inzetten door samen te werken. Dus in plaats van losse bedrijven die voordeel halen uit digitalisering wordt er voor gezorgd, door kleine haalbare use cases, dat je veilig sectorbreed data kunt delen met elkaar. Er worden geen bestanden, maar alleen stukjes data gedeeld die voor een project van toepassing zijn.

Het resultaat laat zich raden. Bedrijven worden op die manier samen innovatiever.

Mijn advies: Start met datagedreven werken (Maritiem Masterplan – Digitaal Samenwerken), werk aan een digitaliseringsslag op de werf (Werf van de Toekomst) en werk vervolgens digitaal samen.

Die 15%? Makkie. Nederland weer een echt innovatief maritiem scheepsbouwland? Done.

Gewoon door te doen.

Geert Schouten, directeur Shipbuilder, deelnemer aan Digitaal Samenwerken (Maritiem Masterplan) en fan van Werf van de Toekomst

Share this post

Recent Updates

More News & Blogs